Waar halen we nog vrijwilligers vandaan?

maandag, 30 september, 2013 om 17:14

Er zijn Rotterdam veel vrijwilligers: er wordt geschat dat er in 2011 ruim 155.000 waren. Dat betekent dat ruim 30% van de volwassen bevolking in Rotterdam vrijwilligerswerk doet. Nu we ons schijnen om te vormen tot een participatiesamenleving, die meer dan ooit behoefte heeft aan de vrijwillige inzet van mensen, doemt de vraag op of we nog meer vrijwilligers zouden kunnen “krijgen”. Waar halen we dat blik vrijwilligers – of misschien beter die extra vrijwillige energie – vandaan? Het antwoord zou u wel eens kunnen verbazen.

In onderzoek van het OBI – voorheen het COS – over vrijwilligerswerk en informele hulp in 2011 is aan deelnemers gevraagd of ze , als het ze werd gevraagd – nog vrijwilligerswerk zouden gaan doen. Die vraag was in 2003 en in 2009 ook al op verzoek van het veld gesteld. Daarmee hebben we iets te vergelijken. De antwoorden op die vraag staan voor 2011 samengevat in de onderstaande figuur uit het onderzoek.

 Schermafbeelding 2013-09-12 om 11.19.26

Uit de figuur blijkt dat als je het aan niet-vrijwilligers vraagt, 11% in 2011 zegt dat ze vrijwilligerswerk zouden gaan doen. Ter vergelijking: in 2009 was dat percentage iets lager met 10%, in 2003 was het  nog 13%. Er is dus nog wel een reservoir beschikbaar van pakweg 35.000 nog-niet-vrijwilligers die we zouden kunnen verleiden.

Onder de vrijwilligers bleek het antwoord verrassend: in 2011 wilde 26% wel meer vrijwilligerswerk gaan doen. In 2003 was dat percentage nog 36%, in 2009  was het 21%. Er zit dus ook nog winst bij de al bestaande vrijwilligers. We praten dan over ruim 40.000 vrijwilligers die wel een tandje bij willen zetten.

Samen blijkt dat in totaal 16% van de Rotterdammers nog tot (meer) vrijwilligerswerk te verleiden zijn. Dat was 13% in 2009 en 21% in 2003.

Nu zijn er natuurlijk meer niet-vrijwilligers dan vrijwilligers, maar naast een reservoir van 35.000 n0g-niet-vrijwilligers is er nog een bron van ruim 40.000 vrijwilligers die nog wel iets meer zouden willen doen. Daarmee krijgen we geen hoger aantal vrijwilligers, maar neemt de vrijwillige energie nog wel toe. Verkijk je overigens niet op de hoogte van de getallen: bij 35.000 nog-niet-vrijwilligers kan elke Rotterdamse vrijwilligersorganisatie – daar zijn er naar schatting 4500 van – nog 9 extra vrijwilligers vinden, als alles op alles wordt gezet om de laatste vrijwilliger op te sporen. De wervingskosten zouden daarbij erg hoog worden, zowel in termen van mediakosten als in termen van de benodigde arbeid.

Praktisch gezien zijn je eigen vrijwilligers – die je in huis hebt en eenvoudig kunt aanspreken – veel eenvoudiger te benaderen dan mensen die je nog moet gaan zoeken – out there in de maatschappij met weinig anders dan brede en dure communicatiemiddelen: schieten met hagel.

Ik zou wel weten, waar ik zou gaan zoeken naar extra energie…maar wel goed op ze passen!

Literatuur: Vrijwilligerswerk en informele hulp in Rotterdam 2011, COS, Paul de Graaf, 2012, i.o.v. gemeente Rotterdam. Idem voor 2003 en 2009.

Reageer