Waar halen we in 2014 nog vrijwilligers vandaan?

donderdag, 3 april, 2014 om 22:11

In Rotterdam is het aantal vrijwilligers tussen 2011 en 2013 gestegen van 155.000 naar 175.000. Toch lijkt het nog zo te zijn dat iedereen op zoek is naar “de laatste vrijwilliger”. Uit onderzoek blijkt dat met name de zorg om vrijwilligers verlegen zit en ook dat bestuursleden moeilijk te vinden zijn.  Hoe zit het nou met het reservoir aan mensen die nog geen vrijwilligerswerk doen, maar het in principe wel zouden willen?

In het tweejaarlijkse onderzoek van Paul de Graaf van het OBI werd ook de afgelopen keer weer gevraagd aan vrijwilligers of ze nog meer vrijwilligerswerk zouden willen gaan doen en aan niet-vrijwilligers of ze met vrijwilligerswerk zouden willen beginnen.

extravrijwilligers

Net als in 2011 wil 26% van de vrijwilligers nog wel wat meer vrijwilligerswerk gaan doen. Dat zijn ruim 45.000 vrijwilligers, die er nog wel een tandje bij willen zetten. Na een dipje in 2009 lijkt dit aantal zich te stabiliseren. Omdat het aantal vrijwilligers groeit, neemt ook het aantal vrijwilligers dat nog weer werk wil gaan doen ook toe. Het mooie van deze groep is dat we die al “in huis” hebben. Geen brede en dure campagnes nodig, alleen je bestaande vrijwilligers vragen of ze nog meer zouden willen gaan doen.

Van de niet-vrijwilligers wil 15% vrijwilligerswerk gaan doen als het ze zou worden gevraagd. Ook hier ligt dus nog een potentieel van ongeveer 50.000 mensen. Deze mensen kennen we alleen nog niet en we moeten ze “buiten” gaan zoeken. Nu is de groep zo groot dat we ze niet kunnen laten liggen, wat betekent dat er aandacht moet zijn voor werving van mensen die nu nog geen vrijwilligerswerk doen.

Uit deze cijfers komt wel naar voren dat we goed moeten blijven nadenken over waar de energie en het geld naar toe gaan. Gaan die helemaal naar buiten toe, naar het schieten met hagel om nieuwe vrijwilligers te vinden, of gaan we ook rekening houden met de mensen die we al in huis hebben? Volgens mij zijn de kosten van het bereiken van bestaande vrijwilligers veel lager.

Als we dan toch buiten op zoek gaan, naar wie moeten we dan zoeken?

potentieleaanwas

De tabel is wat lastiger te begrijpen omdat je alles moet relateren aan de laatste kolom, met daarin de mate waarin een bepaalde groep voorkomt in de enquête. Van de mannen wil 43% van de niet-vrijwilligers wel vrijwilligerswerk gaan doen, terwijl 47% van de deelnemers aan het onderzoek man zijn. Van de vrouwen die nog geen vrijwilligerswerk doen wil 57% dat wel gaan doen, terwijl vrouwen 53% van de respondenten waren. Conclusie: vrouwen zijn nog wat eerder bereid vrijwilligerswerk te gaan – als ze het nog niet deden – dan mannen. Paul de Graaf concludeert dan ook:

De groep die nu nog niet aan vrijwilligerswerk doet maar daar wel in geïnteresseerd zou kunnen zijn, lijkt, ook ten opzichte van de huidige vrijwilligerspopulatie, relatief wat meer uit vrouwen, Rotterdammers van 25 tot 45 jaar en niet-westerse allochtonen te bestaan. Boven de 45 (dus ook bij gepensioneerden), bij laag opgeleiden en bij (echt-)paren met kinderen lijkt de animo beduidend geringer. Relatief bevinden zich ook wat meer mensen met een uitkering in deze potentiële aanwas; wellicht voelen zij de drang tot een maatschappelijke tegenprestatie al aankomen…

Hou dus relatief jonge, niet westers-allochtone vrouwen als doelgroep voor ogen als je “buiten” wilt gaan werven. Je zou dan meer waar voor je geld moeten krijgen dan wanneer je willekeurig mikt.

Bron: Vrijwilligerswerk en informele hulp in Rotterdam 2013. Drs. Paul A. de Graaf, Onderzoek en Business Intelligence, januari 2014. Onderzoek in opdracht van Cluster Maatschappelijke Ontwikkeling, Directie Activering en Welzijn, Afdeling Ontwikkeling en Beleid van de gemeente Rotterdam.

Reageer