Teams en pakjes boter

zaterdag, 12 juli, 2014 om 17:26

teamsuccesIn de participatiesamenleving wordt veel verwacht van vrijwilligers. Vaak wordt dan bedoeld: van individuele burgers die iets gaan doen voor een andere individuele burger. Dat heet met een mooie term ook wel informele hulp, want de hulp wordt niet in “georganiseerd verband” geleverd. Sluit natuurlijk naadloos aan bij het wereldbeeld dat er niet meer is dan de overheid, de markt en de individuele burger (het liefst als consument of client). Helemaal verwarrend wordt het als de overheid in beleidsnota’s vrijwilligerswerk “informele hulp” gaat noemen, omdat alleen het werk van professionals “formeel” zou zijn. Opletten blijft nodig bij het lezen en eigenlijk zou elke nota een definitielijstje moeten hebben…

Toch zullen het voornamelijk organisaties van burgers zijn – vrijwilligerswerk wordt gedaan in vrijwilligersorganisaties – die het verschil zullen gaan maken. Wanneer slaat een vrijwilligersorganisatie nu een deuk in een pakje boter? Hoe zit het met de  “impact” van een vrijwilligersorganisatie? Daarover wordt niet alleen nagedacht bij het ECSP van onze eigen Erasmus Universiteit, maar ook op andere plaatsen. Nu is impact een bijzonder veelzijdig begrip en draait het bij veel onderzoek over impact ook voornamelijk om wat de organisatie precies doet: gaan we muskietennetten uitdelen of gaan we insecticiden inzetten? Hoe de organisatie is samengesteld en intern werkt krijgt veel minder aandacht. Uit onverwachte hoek komt nu versterking voor het laatste soort denken over impact van vrijwilligersorganisaties.

Twee wetenschappers op het gebied van complexiteit, Michael Klug en James P. Bagrow van de Universiteit van Vermont in de VS, schreven een artikel over de impact van pakweg 150.000 (!) teams die werken met GitHub. GitHub is een ontwikkel- en samenwerkingsomgeving voornamelijk voor ict-projecten, waarbij veel gegevens worden vastgelegd over de projecten zelf en de teamleden en hun gedrag. Met veel moderne ict, zoals dus GitHub, komen er bijna vanzelf steeds meer grootschalige gegevenssets beschikbaar die zich lenen voor sociaal wetenschappelijk onderzoek.

Een projectteam op GitHub bestaat uit vrijwilligers die samen werken aan het bereiken van een bepaald doel, meestal het ontwikkelen van een stuk software. Zo’n team zou je – door je oogharen – als een vrijwilligersorganisatie kunnen zien.

Klug en Bagrow zochten uit waar het succes van zo’n team van af hangt. Allereerst blijkt de grootte van het team er toe te doen: hoe groter, hoe succesvoller. Meer mensen hebben helpt dus gewoon. Maar er zit een addertje onder het gras dat ervaren vrijwilligers wel zullen weten te waarderen: hoe ongelijker het werk verdeeld is, hoe groter het succes. Het is de aanwezigheid van een harde kern, van mensen die een onevenredig groot deel van het werk op zich nemen, dat de doorslag geeft. Sterke trekkers die het overgrote deel van het werk doen, gesteund door een liefst zo groot mogelijke groep hand- en spandienstverleners is de kern voor succes. Ik denk niet dat dit besturen van goed draaiende vrijwilligersorganisaties vreemd in de oren zal klinken. Het eerlijk verdelen van het werk dat er ligt is dus niet het winnende recept…

Naast de teamgrootte en de onevenredige verdeling van het werk werd nog onderzocht of het verleden, de werkervaring van teamleden van belang is voor succes. Ook hier leuke – want onverwachte – resultaten. Omdat van teamleden in principe bekend is aan hoeveel en welke andere projecten ze eerder hebben gewerkt, kon worden onderzocht of en hoe teamsucces afhangt van die eerder opgedane ervaring.

Het hangt in ieder geval niet af van het aantal projecten dat teamleden in het verleden hebben gedaan. Jarenlange ervaring in een bepaald gebied telt dus niet echt. Wat wel veel uitmaakt is de diversiteit aan projecten die ze hebben gedaan. Hoe diverser de projecten van de teamleden in het verleden, hoe groter de kans op succes van het huidige team. Teamleden die elkaar kennen van eerdere projecten, die een routine in samenwerken zouden kunnen hebben ontwikkeld: het doet allemaal niet ter zake. Hoe diverser de achtergronden in projecten, hoe beter. Wat ook veel uit bleek te maken is of teamleden – ook als ze niet tot de harde kern van het team behoren – al dan niet behoren tot de harde kern van een ander team. De grootste kans op teamsucces ontstaat wanneer zoveel mogelijk teamleden tot de harde kern van een ander team behoren.

Met een slag om de arm stellen de onderzoekers ook vast dat het team het succes maakt, en niet het succes het team: het zou natuurlijk altijd kunnen dat mensen zich – een beetje opportunistisch – aansluiten bij een succesvol team. Dat blijkt niet uit het onderzoek.

Ik weet niet hoe het met u gaat, maar ik zie in dit onderzoek veel observaties uit de praktijk van het vrijwilligerswerk terugkomen. Succesvolle organisaties bestaan uit trekkers met veel werklust en een onevenredig grote inzet, ondersteund door mensen die weliswaar minder voor deze organisatie doen, maar wel zelf trekker zijn in een andere organisatie. Iedereen brengt passie mee, alleen de tijdverdeling over de projecten is verschillend. En….hoe diverser de werkervaring, hoe beter de organisatie.

Willen we toe naar een samenleving waarin vrijwilligersorganisaties een belangrijke bijdrage leveren aan het oplossen van maatschappelijke problemen dan zullen we moeten uitvinden hoe we de vrijwillige energie van mensen langs bovenstaande lijnen – of nog betere als die uit onderzoek duidelijk worden – ingezet kunnen krijgen.

Het artikel zelf is te vinden op de preprintserver arXiv: http://arxiv.org/abs/1407.2893

M. Klug, J. Bagrow. Understanding the group dynamics and success of teams.

Red: post op 13/7 aangepast mbt de vraag leidt team tot succes of succes tot team?

Reageer