Participatie en straat, buurt of stad

maandag, 30 september, 2013 om 12:23

Veel discussies lopen vast in meningen en opinies van mensen met tegengestelde zienswijzen. Vaak – maar lang niet altijd – helpen objectieve gegevens om zo’n patstelling te doorbreken. Je moet dan wel betrouwbare gegevens hebben, op basis van degelijk onderzoek. En je moet het er allebei over eens zijn dat je op de gegevens kunt vertrouwen. In het sociale domein doet het OBI (Onderzoek en Business Intelligence), vroeger het COS, van de gemeente Rotterdam veel van dat soort onderzoek. Regelmatige lezers van dit blog weten dat er veel informatie door het OBI wordt verzameld en dat dit van grote waarde is voor het veld.

Er is – na de Troonrede 2013 – een discussie aan de gang over allerlei aspecten van de “participatiesamenleving”. Interessant is dan de vraag wie in wat participeert en waar dan de focus van die participatie ligt. Doet de burger mee met de overheid – of juist niet – en ligt de focus op de buurt, of juist niet? De discussie gaat verder over mogelijke uitsluiting – een belangrijk probleem – maar ook vaak over de mate waarin mensen “willen participeren”. Er verschijnen onderzoeksrapporten waaruit blijkt dat veel mensen wel en veel mensen niet willen participeren. Een beetje Rotterdams licht in de discussie.

In 2011 heeft het OBI – toen nog COS – een feitenkaart Participatie en Burgerschap gepubliceerd. Dat onderzoek ging over 2010. De onderstaande figuur uit de feitenkaart geeft een toch wel tegenvallend beeld te zien over de participatie van Rotterdammers bij plannen voor stad, buurt en straat:

Schermafbeelding 2013-09-30 om 10.16.19

Vanuit het perspectief van de participatiesamenleving (tenminste, als je die uitlegt als “de burger participeert in plannen van de overheid”) schetst dit wel een wat somber beeld. De participatie in de buurt verschilt verder nauwelijks van die in straat en stad. En alle drie komen nauwelijks verder dan ergens tussen “ik ben niet betrokken geweest” tot “ik ben geïnformeerd”. Het lijkt er dus niet op dat “meedoen met de overheid” een hoge vlucht neemt. Ook niet in de buurt, wat je dan – gezien alle aandacht daarvoor – wel weer zou verwachten. Ben benieuwd of er snel een onderzoek over 2012 of 2013 beschikbaar komt.

Als je hier tegenover zet dat ruim 30% van de volwassen Rotterdammers vrijwilligerswerk doet en dat, als je vrijwilligerswerk en informele hulp samen neemt, ruim 40% van de volwassen Rotterdammers een ander die dat nodig heeft wel eens bijstaat, krijg je een ander – heel positief – beeld. Maar daar gaat het dan om een wezenlijk andere activiteit: geen overheid, geen (quasi-)markt; hier worden de plannen en initiatieven door burgers zelf bedacht en uitgevoerd: de civil society, de derde sector. Hier bloeit de participatiesamenleving dus – als je die tenminste definieert als “startend bij de burger”. Onder vrijwilligers blijkt de focus op de buurt niet sterk te zijn: slechts 20% van de vrijwilligers doet het werk voor mensen in de wijk. Voor de rest is het “werk” blijkbaar niet zo wijkgebonden.

Bekijk je de participatiesamenleving vanuit het perspectief van “deelnemen aan plannen van de overheid”, dan schiet het allemaal niet op. Maar.. het is maar hoe je er tegenaan wilt kijken: zoals ik er naar kijk is die participatiesamenleving er in de praktijk gewoon al, heeft ‘ie niet zoveel met de buurt te maken en hoeft ‘ie zeker niet van de grond af opgebouwd te worden. Wat nodig is, is dat de beschikbare vrijwillige energie op een verstandige en duurzame manier wordt beheerd en als dat mogelijk is, wordt uitgebouwd. In afstemming en samenwerking met overheid en markt – alleen samen kunnen de grote problemen worden opgelost -, maar vanuit een besef van de eigen kracht van het veld.

Literatuur:

Feitenkaart Participatie en Burgerschap, COS, 2011, A.L. Roode, i.o.v. gemeente Rotterdam.

Vrijwilligerswerk en Informele hulp in Rotterdam 2011, COS, 2012, P. de Graaf, i.o.v. gemeente Rotterdam.

Reageer