Filantropie in een nieuw licht

dinsdag, 1 juli, 2014 om 12:37

In de introductie van Filantropie in Nederland, dat wordt uitgeven door de Stichting Maatschappij en Onderneming, laat Lucas Meijs, hoogleraar “vrijwilligerswerk, civil society en bedrijven” en hoogleraar “strategische filantropie” aan onze eigen Erasmus Universiteit ons een flinke stap achteruit doen uit de dagelijkse praktijk om ons eens anders naar ons eigen veld te laten kijken.

democratische driehoekLucas – als oud-inwoner van Prins Alexander mogen wij hem vast wel zo noemen – begint bij de “civil society”, de ruimte die burgers zelf hebben, krijgen, maken en soms bevechten om zelf vorm te geven aan de samenleving. Waar duidelijk is dat de “overheid” – met wetten, beleid, regelgeving, belasting, subsidie – een zwaar stempel drukt op de samenleving en waar net zo duidelijk is dat de “markt” – met bedrijfsleven, winst, welvaart, werkgelegenheid, grondstoffengebruik – onze samenleving beïnvloedt, doen burgers dat natuurlijk zelf ook – met verenigingsleven, wereldverbetering, alledaagse solidariteit, belangenbehartiging. Ze doen dat dan niet zozeer als individu, maar als ‘burgers samen’. Al die vrijwillige verbanden van burgers kun je samenvatten als de “civil society”. Als individuele burger zul je dus te maken krijgen met drie “partijen”: met de overheid, met de markt en met de civil society: verenigingen, stichtingen en – heel modern – burger-initiatieven. De maatschappij in een notendop.

Even terzijde: burgers als individuen hun eigen problemen op laten lossen en dat dan “civil society” noemen kan dus echt niet. De nadruk op zelfredzaamheid – op zichzelf best nastrevenswaardig – als oplossing bij bezuinigingen gaat juist voorbij aan het feit dat burgers zich organiseren juist omdat veel problemen makkelijker op te lossen zijn door samen te werken. Markt, overheid en de individuele burger als consument/cliënt komen er samen echt niet meer uit. Tegenwerpen dat niet iedereen zich zo goed kan organiseren gaat dan weer voorbij aan de constatering dat mensen in de praktijk van alledag veel meer solidariteit met elkaar kunnen opbrengen dan nu vaak gedacht. Het draait dus allemaal om mede-redzaamheid.

Terug naar Filantropie in Nederland: in de civil society gelden andere regels dan bij de overheid, waar iedereen meebetaalt via belastingen, waar subsidies op basis van democratische besluiten worden verstrekt en uiteindelijk naar iedereen moeten worden verantwoord. De regels zijn ook anders dan bij de markt: daar geldt dat iedereen die het kan betalen, mee kan doen. In de civil society besluiten mensen vrijwillig of ze mee willen doen, waaraan en hoe dan wel. Die eigen regels maken de civil society zo krachtig als aanvulling op en als tegenwicht tegen de beide andere delen: het werkt er gewoon allemaal anders en dat maakt andere dingen mogelijk.

Als onafhankelijk maatschappelijk segment heeft de civil society zijn eigen “energiebron”, filantropie genoemd. Filantropie valt dus ook zeker niet samen met de civil society. Filantropie is de grondstof waarmee de civil society werkt om dingen voor elkaar te krijgen. Filantropie in traditionele zin betekent “menslievendheid”, iets wat nogal eens associaties opriep van te rijke mensen die gul geld gaven aan hun maatschappelijke hobby’s. Die associatie is niet meer van deze tijd. Met het veranderen van de samenleving is ook het denken over filantropie veranderd. We willen – en kunnen – niet meer terug naar “liefdadigheid”.

Onder filantropie wordt tegenwoordig verstaan: private activiteiten voor publieke doelen. Mensen ontplooien als burgers, onafhankelijk van markt en overheid, activiteiten waar iedereen beter van wordt. Die filantropie komt tot uiting in twee aspecten: menskracht en geld. De menskracht wordt geleverd in de vorm van vrijwilligerswerk, het geld door particuliere giften. Veel burgers geven dus, ofwel in de vorm van uren ofwel in de vorm van geld. Filantropie is dus tegenwoordig zowel de collectant die langs de deuren gaat voor het Longfonds, als de gever die een beetje van zijn eigen geld in de collectebus stopt. Beiden doen dat vrijwillig omdat ze de activiteiten van het Longfonds belangrijk vinden en die activiteiten daarom graag ondersteunen. Tientje voor tientje, uur na uur wordt zo het verschil voor al die patiënten gemaakt. Burgers samen.

Filantropie is dus iets heel anders dan subsidie: over subsidie wordt door de overheid beslist op basis van beleid en van democratische regels en verantwoording. Over filantropie gaan alleen burgers zelf: als genoeg burgers iets belangrijk vinden kunnen ze het – in principe – gewoon zelf regelen, met vrijwilligerswerk en ook met geld. In plaats van wachten op een overheid  die het niet snapt (vanwege een ander perspectief) of het niet snel genoeg kan (vanwege trage beleids- of besluitvorming) of het gewoon niet goed kan (vanwege eisen die maatwerk onmogelijk maken) nemen burgers zelf het initiatief. Makkelijk? Nee, heel vaak niet, maar mogelijk is het wel. En naar het zich nu aan laat zien, ook steeds noodzakelijker.

Nederland lijkt op het gebied van de filantropie een beetje een scheefgroei te hebben doorgemaakt: het vrijwilligersdeel staat er goed voor, het geld-gedeelte heeft tot nu toe veel minder aandacht gekregen. Nu leveren de collectebus en de maandelijkse overschrijving ook zeker niet als enige het geld voor de civil society. De Nederlandse overheid heeft altijd ruimhartig subsidies verstrekt aan ons veld. Met het schrikbeeld van een terugtrekkende overheid voor ogen ontdekken we nu dat we echt aandacht moeten gaan besteden aan de ontwikkeling van het geefgeld-gedeelte.

Voor alleen een pas op de plaats zouden verminderende subsidies ongeveer moeten worden gecompenseerd door hogere filantropische inkomsten. Voor echte groei moet er nog veel meer gebeuren. Deze publicatie komt daarom dus op een goed moment.

Vorige post volgende.

Filantropie in Nederland, onder redactie van Lucas Meijs, een uitgave van Stichting Maatschappij en Onderneming, 2014. ISBN 978-90-6962-247-7.

2 reacties op “Filantropie in een nieuw licht”


Reageer