Elk voordeel heeft zijn nadeel

maandag, 1 september, 2014 om 11:37

Filantropie in NederlandOp grond van de voorgaande posts zou je bijna gaan denken dat de civil society een wondermiddel is. Burgers en hun organisaties kunnen veel repareren van wat overheid en markt niet goed kunnen regelen, maar burgers kunnen nu ook weer niet àlles. Nu is dat op zich geen probleem, want nergens staat dat burgers àlles zelf moeten gaan doen. Onze samenleving – de participatie-samenleving – blijft het best functioneren als er een evenwicht bestaat tussen overheid, markt en civil society. Dat evenwicht lijkt nu wat meer (terug) te verschuiven naar de civil society, juist omdat we de grenzen gaan zien aan wat overheid en markt kunnen. Maar “falen” van overheid en markt betekent niet dat de civil society zelf geen problemen kent. En juist om te voorkomen dat onrealistische verwachtingen worden gewekt, is het belangrijk te zien wat dan de tekortkomingen van die civil society zijn. Maar blijf onthouden: zoals ook een goed functionerende overheid niet alles kan, en een goed functionerende markt ook niet alle problemen op kan lossen, kan zelfs een goed functionerende civil society niet alles voor iedereen zijn. Alleen samen en in evenwicht wordt het wat.

Wat kan er dan misgaan in de civil society? Er zijn in ieder geval vier aandachtspunten:

  • filantropische inefficiency. De overheid heeft – in principe – altijd geld genoeg. Via belastingen, waar niemand zich aan kan onttrekken (nou ja, op partijen na met erg handige adviseurs), draagt iedereen een steentje bij in de vorm van geld. Met dat geld koopt de overheid werkuren om dingen uitgevoerd te krijgen. Wanneer burgers samen iets willen doen leveren ze zelf de uren en het geld. Maar die uren en dat geld worden vrijwillig gegeven. Er zullen altijd mensen zijn die wel profiteren van wat de anderen organiseren, maar er niet zelf aan bijdragen, de zogenaamde free riders.  Niet iedereen geeft geld bij collectes en niet iedereen doet aan vrijwilligerswerk. De overheid kan dus medewerking afdwingen (verplichte belasting of dienstplicht), de civil society kan en wil dat niet – het gaat daar om vrijwillige bijdragen. Tegenover het voordeel van de vrijwilligheid staat het nadeel van de beperktere mogelijkheden. Elk voordeel heeft zo zijn nadeel.
  • filantropisch particularisme. De overheid is er voor elke burger, de markt voor elke koopkrachtige. Geen paspoort? Overheid kan – in principe – niets voor je doen. Geen geld? Markt is – in principe – niet in je geïnteresseerd. Burgers richten zich op doelen of doelgroepen die ze zelf kiezen, zonder de verplichting er voor iedereen te zijn. Populaire doelen of doelgroepen krijgen meer aandacht; sta je niet zo in de belangstelling dan is het lastiger. De vrijheid – met je eigen geld en je eigen vrijwilligerswerk – ergens niet van te zijn maakt focus en persoonlijke betrokkenheid mogelijk, maar sluit ook uit. Er bestaat daarmee een zeker risico op “gaten” in het het werk van de civil society.
  • filantropisch paternalisme. Wie betaalt, bepaalt. Een civil society organisatie die voor de financiering afhankelijk is van één gulle gever loopt het risico dat die gulle gever gaat bepalen wie en hoe er wordt geholpen. De inzet van een groep burgers wordt gekaapt door de financier of de leverancier van de uren.
  • filantropisch amateurisme. Dat je graag vrijwillig wilt bijdragen aan het oplossen van een probleem zegt iets over je motivatie, maar nog niets over hoe deskundig je bent. Betrokkenheid en deskundigheid hoeven niet altijd gelijk op te lopen. Bijzonder gedreven net de verkeerde dingen doen schiet niet op.

Deze mogelijke tekortkomingen zijn natuurlijk geen reden nee te zeggen tegen de civil society. Met name de inefficiency en het particularisme zijn keerzijden van de vrijwilligheid. Het risico op paternalisme en amateurisme is met goed bestuur in de praktijk wel te verkleinen. Het zijn wel vier punten om goed op te letten wanneer wordt bekeken hoe we de civil society verder vorm willen gaan geven – als we dat proces al echt kunnen sturen. Elke sfeer, overheid, markt en civil society, heeft zijn eigen voor- en nadelen en alleen wanneer de onderdelen elkaars zwakke kanten compenseren ontstaat een stabiel systeem.

Vorige post volgende

Filantropie in Nederland, onder redactie van Lucas Meijs, een uitgave van Stichting Maatschappij en Onderneming, 2014. ISBN 978-90-6962-247-7.

Één reactie op “Elk voordeel heeft zijn nadeel”


Reageer