OnsAlexander stopt

zondag, 23 juli, 2017 om 16:43
Geplaatst door Rolf

De Stichting Ontwikkeling Vrijwilligerswerk Prins-Alexander is in 2014 opgericht om vrijwilligerswerk in Prins Alexander te stimuleren. Directe aanleiding was het mogelijk maken van de voortzetting van het project OnsAlexander van de toenmalige deelgemeente, dat in 2013 en 2014 is uitgevoerd. De stichting heeft OnsAlexander in 2015, 2016 en begin 2017 uitgevoerd.

De stichting is opgericht voor een bepaalde tijd en de einddatum is bij oprichting bepaald op 30-04-2017. Het bestuur heeft na overleg met de gebiedscommissie en gebiedsorganisatie met teleurstelling moeten constateren dat er onvoldoende perspectief op financiering na 2017 kon worden geboden en heeft om die reden besloten de arbeidsovereenkomst met de directeur van de stichting, Rolf de Jong (de arrangeur), niet te verlengen.

Daarmee komt een einde aan de ondersteuning van het vrijwilligerswerk in Prins Alexander vanuit de stichting. De website www.onsalexander.nl en de bijbehorende sociale media (Twitter, Facebook, Google+ en LinkedIn) zullen niet meer door de stichting worden onderhouden en contacten met de arrangeur lopen niet meer via de stichting. De stichting zelf zal volgens plan worden ontbonden.

In overleg met gebiedscommissie, gebiedsorganisatie en Buurtwerk is een tijdelijke oplossing gevonden om de werkzaamheden nog enige tijd voort te zetten om lopende zaken af te ronden en te zorgen voor overdracht naar andere partijen. Dit afbouwen van OnsAlexander eindigt eind augustus.

Wij willen alle vrijwilligers, bestuursleden, collega’s, gebiedsambtenaren en -commissie en alle andere belanghebbenden in Prins Alexander en daarbuiten bedanken voor de samenwerking.

Mocht u vragen hebben voor het bestuur van stichting of willen reageren op het stoppen van OnsAlexander, dan kunt u ons bereiken op bestuur@onsalexander.nl.

Het ‘Van Kan principe’

dinsdag, 29 december, 2015 om 12:38
Geplaatst door Rolf
Nico van Kan (toen nog werkzaam bij BAVO Europoort in Prins Alexander) heeft me in een grijs verleden eens met één opmerking een belangrijk verschil tussen de systeemwereld van de productie en de wereld van het vrijwilligerswerk uitgelegd. Zijn uitgangspunt was:
Als ik 5 vrijwilligers heb, doe ik 10 huisbezoeken. Heb ik 10 vrijwilligers, dan doe ik er 20. Zo heb ik nooit een gebrek aan vrijwilligers.
Nico snapt waar het om draait: je past je ‘productie’ aan aan je mogelijkheden, niet andersom. Meer vrijwilligers, meer productie. En heb je minder vrijwilligers, dan doe je gewoon minder. Niet volgen van dit principe levert van die gedrochten op waarbij eerst een target wordt gesteld en waar dan achteraf tegen heug en meug vrijwilligers bij gezocht moeten worden. En bij de evaluatie hoor je dan dat de vrijwilligers niet genoeg hebben gedaan..

Handballers zijn de nieuwe voetballers?

maandag, 12 oktober, 2015 om 11:14
Geplaatst door Rolf

Vrijwilligerswerk en informele hulp (en mantelzorg ook trouwens) zijn heel verschillende dingen. Vrijwilligerswerk vindt plaats in organisaties, informele hulp juist niet. Het lijkt er steeds meer op dat dit onderscheid in beleid en in de praktijk onder tafel wordt geveegd: alles wat vrijwillig gebeurt is vrijwilligerswerk. Wel zo makkelijk natuurlijk..

We zeggen van voetballers en handballers toch ook niet dat het balspelers zijn, en dat voetbal en handbal hetzelfde zijn omdat beide door balspelers worden gespeeld? Het zijn twee verschillende takken van sport, ondanks het feit dat beide spelletjes met een bal worden gespeeld.

Definities en begripsafbakening veranderen op zich niets aan de werkelijkheid, maar maken het elkaar begrijpen wel makkelijker. Gebruik ze dan daar ook voor, verdiep je erin en vermijd verwarring door slordig gebruik.

Verspil geen vrijwillige energie

vrijdag, 2 oktober, 2015 om 22:19
Geplaatst door Rolf

Als je een betaalde kracht zinloos werk laat doen, verspil je zijn of haar energie. Maar zelfs bij die verspilling levert het de werknemer nog geld op.

Vrijwilligers doen de dingen die ze belangrijk vinden zonder er geld voor te krijgen. Als hun werk niets oplevert, staan ze helemaal met lege handen. Verspil geen vrijwillige energie.

Het gaat niet om gratis..

zondag, 20 september, 2015 om 13:36
Geplaatst door Rolf

Volunteering is not about the importance of doing something for free, it is about the freedom to do something important

Greg Baldwin

Het eerste aspect spreekt de boekhouders natuurlijk aan, maar het tweede is de basis van betrokkenheid bij de publieke zaak.  Het gaat niet om gratis, het gaat om gemeenschapszin.

Op woensdag, 25 september, 2013 verscheen op OnsAlexander een blog onder de titel “Opheffen van een stichting of vereniging”. Op dit blog kwamen er vijf reacties. Een van deze reacties kwam van Evelien van de Kamp. Zij stelde vorig jaar naar aanleiding van het artikel twee vragen, die verband houden met de ontbinding en liquidatie van een stichting, namelijk:

  1. Kan een opheffing van een stichting belemmerd worden door het feit dat er bestuursvacatures zijn (al enkele jaren)?
  2. Kan het zijn dat een vroegere subsidiegever nog aanspraken kan maken op het overgebleven restant? “We krijgen al enkele jaren geen subsidie meer van gemeente of provincie”, zo stelt zij.

Een reactie op deze vragen van Evelien is helaas tot nu toe uitgebleven. Misschien is voor haar deze verlate reactie niet meer actueel. OnsAlexander vindt de vragen, vooral voor kleinere vrijwilligersorganisaties, stichtingen interessant. Zij kunnen in de praktijk met dezelfde vragen te maken krijgen. Dan is het voor hen goed om te weten hoe de zaken aan te pakken.Wij zijn geen deskundigen in deze materie. Onze reactie is dan ook beperkt. Daarom is ons advies: Raadpleeg de notaris voordat je tot het besluit tot ontbinding/opheffen van je stichting overgaat. Hij/zij kan je haarfijn uitleggen hoe in de situatie en omstandigheden van je stichting de ontbinding/opheffing het beste aangepakt kan worden.

 Om met de eerste vraag te beginnen. Deze is niet ditect met ja of nee te beantwoorden. Ze roept namelijk zelf andere vragen op zoals, zijn de bestuursvacatures ontstaan doordat bestuursleden zijn uitgetreden volgens een rooster van uittreden van bestuursleden? En zijn de uitgetreden bestuursleden ook uit het register van de Kamer van Koophandel uitgeschreven? Of zijn de bestuursvcatures ontstaan doordat bestuursleden langere tijd eenvoudig niet meer komen opdagen? Wat zeggen de stichtingsstatuten over het te nemen besluit de stichting te ontbinden/op te heffen?Afhankelijk van de antwoorden op deze vragen, zal de vraag of door het feit dat er bestuursvacatures zijn, de opheffing van de stichting kan worden belemmerd het best worden beantwoord.

Nu over de tweede vraag: Kan het zijn dat een vroegere subsidiegever nog aanspraken kan maken op het overgebleven restant? “We krijgen al enkele jaren geen subsidie meer van gemeente of provincie”, zo stelt zij.
We gaan er van uit dat deze vraag verband houdt met de eerste. Hiervoor moet gekeken worden naar de subsidievoorwaarden van de subsidiënt, gemeente, provincie of een bepaald fonds. (..) “al enkele jaren geen subsidie meer van de gemeente of provincie” zal het crirterium niet zijn. Wel of tot aan de ontbinding van de stichting aan de subsidievoorwaarden is voldaan waardoor er geen recht van de subsidiënt op terugvordering is ontstaan.

Voor wie het leuk vindt om eens in een wetboek te snuffelen, kan voor wat betreft de eerste vraag Boek 2 artikel 19 van het Burgerlijk Wetboek, Rechtspersonenrecht raadplegen.

 

Juan Jonas,
Redactielid

 

 

Gemeenschapsfonds Prins Alexander?

donderdag, 6 augustus, 2015 om 12:01
Geplaatst door Rolf

Euro_banknotesIn een vorige post heb ik een schatting gemaakt van het geefgeld dat jaarlijks door huishoudens in Prins Alexander wordt opgebracht.  Dat is een bedrag van 9 miljoen euro. Elk jaar weer. Dat bedrag gaat naar kerken, naar onderzoek, naar hulp en andere goede doelen via collectes, bedelbrieven, acceptgiro’s, automatische overschrijvingen en meespelen in loterijen.

Uit het onderzoek “Geven in Nederland 2015″ is ook bekend dat alle bedrijven samen in Nederland jaarlijks een bedrag aan giften en sponsoring opbrengen dat ongeveer 70% is van de opbrengsten van alle huishoudens samen. Een schatting voor het bedrag dat door bedrijven in Prins Alexander wordt gegeven is dus 70% van 9 miljoen, een ruime 6 miljoen dus. Nu hebben we veel bedrijven in Prins Alexander, dus zou het zomaar meer kunnen zijn.

Samen brengen huishoudens en bedrijven uit OnsAlexander jaarlijks dus een ruime 15 miljoen euro op voor goede doelen. Voor een deel blijft dat geld in het gebied (zoals via de diaconie van de kerken of sponsoring van vrijwilligersorganisaties als de wijkbus en sportverenigingen), maar een groot deel stroomt het gebied toch uit. Dat geld komt soms ook wel weer terug in het gebied doordat landelijke fondsen hier projecten ondersteunen, maar het nadeel daarbij is dat de beslissing om te steunen niet meer lokaal wordt genomen.

Een mogelijkheid om bewoners en bedrijven in een gebied als Prins Alexander meer bij de lokale vrijwilligersorganisaties te betrekken is het opzetten van een gemeenschapsfonds. Huishoudens en bedrijven kunnen geld storten in zo’n fonds en een onafhankelijk bestuur neemt op grond van lokale kennis besluiten over welke vrijwilligersorganisaties met welk bedrag uit het fonds gesteund worden.

Voor vrijwilligersorganisaties is een gemeenschapsfonds een manier om minder afhankelijk te worden van subsidies van de overheid. Dat is om twee redenen belangrijk. Te grote afhankelijkheid van subsidies bedreigt de financiële duurzaamheid van een vrijwilligersorganisatie. Hoe meer verschillende financieringsbronnen een organisatie kan aanboren hoe beter. Verder stelt de overheid relatief strenge voorwaarden aan subsidiëring. Een gemeenschapsfonds is een private instelling (veelal een stichting) die zelf kan besluiten over de te stellen voorwaarden voor ondersteuning.

Gemeenschapsfondsen schieten inmiddels als paddestoelen de grond uit en Prins Alexander heeft er met ruim 90.000 inwoners een mooie schaal voor: het is een middelgrote stad op zich. Klein genoeg om zicht te kunnen houden op wat er allemaal gebeurd, groot genoeg voor een echt stevig fonds.

Dan dus de hamvraag: wie wil meedenken over de mogelijkheden voor het opzetten van een Gemeenschapsfonds Prins Alexander? Voor een bestuurslid van een (vrijwilligers)organisatie met een brede visie op vrijwilligerswerk zou dit een uitdaging moeten zijn, omdat een gemeenschapsfonds een belangrijk instrument is om het vrijwilligerswerk in een gebied te versterken. Voor een betrokken ondernemer zou meedenken over of deelnemen aan een gemeenschapsfonds een efficiënte manier kunnen zijn om uiting te geven aan MBO-beleid.

Wie biedt?

Geven in OnsAlexander

maandag, 13 juli, 2015 om 14:31
Geplaatst door Rolf

CoverMet al die nadruk op tekorten, bezuinigingen en schulden zouden we bijna vergeten dat Nederland een rijk en vrijgevig land is. Hoe ik dat weet? Omdat er al lang – de eerste onderzoeken gingen over 1995 – goed onderzoek wordt gedaan naar het geefgedrag van Nederland. In “Geven in Nederland 2015″ van Bekkers, Schuyt en Gouwenberg is een schat aan informatie verzameld over giften, nalatenschappen, sponsoring en vrijwilligerswerk in ons land. Hieronder een paar van de belangrijkste resultaten en hun vertaling naar OnsAlexander.

Particulieren, fondsen, bedrijven en kansspelorganisatoren gaven in 2013 (geen schrijffout, het verwerken van de onderzoeksgegevens duurt gewoon 2 jaar) een kleine 4.4 miljard euro aan geld en goederen weg, aan wat zij zelf goede doelen vinden. Buiten al het geld dat via de belastingen wordt ‘ingezameld’ om de publieke zaak te bevorderen, leggen huishoudens, bedrijven en andere private partijen daarmee dus een knappe financiële basis onder veel maatschappelijke activiteiten. Naast geld steken particulieren en bedrijven ook nog de nodige tijd in de maatschappij, via vrijwilligerswerk. Geef-geld en geef-tijd zijn samen te vatten onder de term filantropie: vrijwillige private actie voor publieke doelen.

Voor wat betreft geef-geld ziet het beeld er op hoofdlijnen voor 2013 als volgt uit:

GIN1

Huishoudens (met 45%) en bedrijven (met 31%) leverden in 2013 het overgrote deel van het geef-geld in Nederland. De collectes, de acceptgiro’s en de automatische overboekingen van alle huishoudens samen brachten bijna 2 miljard euro op. Giften en sponsoring van het bedrijfsleven bedroegen bijna 1.4 miljard euro in 2013. Uit nalatenschappen kwam in 2013 minstens 265 miljoen euro bij maatschappelijke doelen terecht; minstens, want lang niet alle nalatenschappen waren bij de onderzoekers bekend. Vermogensfondsen – zoals bijvoorbeeld De Verre Bergen in Rotterdam – brachten samen minstens 184 miljoen op – want ook daar was nog geen zicht op het hele veld. Van geldwervende fondsen – die hun geld bij particulieren ophalen en dan weer doorverdelen – zijn alleen de bijdragen uit eigen vermogen meegeteld: anders zou geld van particulieren dat naar deze fondsen gaat dubbel meetellen. Ook de Nationale Postcode Loterij, de BankGiro Loterij, de Lotto en andere kansspelen leverden ons nog eens bijna een half miljard euro per jaar op. Al met al gaat er dus veel geld om in de filantropie.

Eén getal maakte op mij echt indruk: omdat bekend is hoeveel huishoudens Nederland kende in 2013 kan ook het gemiddelde bedrag per huishouden worden bepaald. Een huishouden gaf in 2013 gemiddeld € 204 aan goede doelen.

Over de resultaten van “Geven in Nederland 2015″ is nog veel meer te vertellen en dat ga ik ook zeker doen. Maar ik ga me in de rest van deze post te buiten aan wat vergezichten. Wat kunnen deze cijfers nu in de praktijk betekenen voor het vrijwilligerswerk in Prins Alexander, voor OnsAlexander?

OnsAlexander telt ongeveer 45.000 huishoudens. Als de getallen van “Geven in Nederland 2015″ een beetje kloppen – en er is geen reden aan te nemen dat dat niet zo is – dan gaat er per jaar dus vanuit OnsAlexander zo’n 9 miljoen euro (45.000 keer € 204) naar goede doelen. Een deel van dat geld komt wel weer terug in OnsAlexander (via kerken en geldwervende fondsen etc.), maar wat zou het toch lekker zijn als we een deel van dat geefgeld rechtstreeks beschikbaar zouden hebben om in te zetten in OnsAlexander.

In het najaar wil ik samen met anderen uit OnsAlexander verkennen wat we zouden kunnen doen om dat lokaal opgebrachte geefgeld ook wat lokaler te besteden. Wat voor manieren kunnen we daarvoor verzinnen? Wie zou erbij betrokken moeten zijn? Hoe krijgen we samenwerking op dat gebied tot stand? Ik hoor graag wie mee wil denken en mee wil bouwen.

Literatuur: Geven in Nederland 2015, Giften, Nalatenschappen, Sponsoring En Vrijwilligerswerk; Bekkers, Schuyt en Kouwenberg (red.); Reed Business, 2015. ISBN 978 90 352 4818 2.

De Subsidieverordening 2014

dinsdag, 10 februari, 2015 om 00:29
Geplaatst door Juan Jonas

Subsidieverordening gemeente Rotterdam
SVR 2014 en SVR 2005 vergeleken.

Sinds januari 2014 geldt een nieuwe gemeentelijke subsidieregeling. Dit is de Subsidieverordening Rotterddam 2014, SVR 2014. De SVR 2014 vervangt de SVR 2005, die tot januari 2014 van kracht was. De praktijk vond de SVR 2005 onnodig ingewikkeld en moeilijk hanteerbaar. Er was een roep uit het werkveld, doorgaans van vrijwilligers(organisaties) om vereenvoudiging van het subsidieregime.
De grote vraag is, of de SVR 2014 de verwachte verbetering, vereenvoudiging van het subsidieregime heeft gebracht?

De Subsidieverordening
De subsidieverordening is het wettelijke kader waarbinnen het verstrekken van financiële middelen door de overheid aan particulieren (zowel rechtspersonen als natuurlijk personen) voor het ontplooien van activiteiten zich afspeelt. Overheid is in dit geval de lokale overheid, de gemeente Rotterdam. De gemeente Rotterdam pleegt haar subsidieverordening om de zoveel tijd aan te passen. Redenen om een verordening aan te passen kunnen zijn: veranderde wetgeving, beleid, bestuurlijke – of maatschappelijke verhoudingen en eisen van de praktijk. Zo is in 2005 de SVR 2005 in de plaats van VAS 2001 gekomen. En sinds januari 2014 is niet langer de SVR 2005, maar de SVR 2014 van kracht. Bij iedere nieuwe  subsidieverordening wordt vooral gestreefd naar vereenvoudiging van de subsidieregeling.
Een vergelijking van de SVR 2005 met haar voorganger kan hier achterwege blijven. Beide regelingen behoren nu immers tot de historie. Het gaat nu om de winst van de SVR 2014 ten opzichte van de SVR 2005.

De SVR2005 was ten opzichte van de VAS 2001 een totaal nieuwe subsidieregeling. Deze subsidieregeling bleek gaandeweg haar bestaan in praktijk niet te voldoen. Vooral subsidieaanvragers vonden haar ingewikkeld te hanteren: onder andere veel papierwerk en zware druk op de verantwoordelijkheid van de subsidieontvanger. Deze zal maar een kleine vrijwilligersorganisatie of een actieve bewoner zijn! De roep om vereenvoudiging vanuit de praktijk werd steeds luider (1). Een reactie van zijde van de gemeente kon niet uitblijven. Beleidsmakers, ambtenaren en de politiek kwamen in beweging. Het resultaat werd de SVR 2014, die de knelpunten van de SVR 2005 in de praktijk moest wegnemen.

Wijzigingen, verbeterpunten
De belangrijkste wijzigingen in de huidige subsidieverordening SVR 2014 ten opzichte van de vorige, de SVR 2005, houden verband met (2):

- De subsidievormen
– De vermindering van de administratieve lastendruk
– De controle

De subsidievormen in de SVR 2005 waren de incidentele -, de structurele -, de exploitatie-, de investerings-, de prestatie- en de budgetsubsidie. Van al deze subsidievormen en begrippen zijn alleen de incidentele – en de structurele subsidie, weliswaar onder een andere naam, namelijk eenmalige subsidie en jaarlijkse subsidie, in de SVR 2014 terug te vinden.

In de SVR 2005 drukte op de subsidieontvanger een zware administratieve lastendruk. Zowel bij de aanvraag van de subsidie als bij de achteraf verantwoording van de ontvangen subsidie had men te kampen met een enorme administratieve rompslomp en bureaucratie. De administratieve lastendruk is voor de subsidieontvanger in de SVR 2014 sterk verminderd. Dit was trouwens een uitgangspunt van deze nieuwe subsidieverordening, naast de leesbaarheid en de uitvoerbaarheid.

Tegenover de vereenvoudiging van de subsidieregels en een versoepeling van het verantwoordingsregime voor kleinere subsidies en de mogelijkheid voor maatwerk staat een stevige controle vooraf. Dit is onder andere te merken aan de uitgebreide weigeringsgronden die de subsidieverstrekker ter beschikking heeft. Daarnaast heeft de subsidieontvanger zelf een eigen verantwoordelijkheid. De subsidieontvanger dient zelf actief met de subsidieverstrekker contact op te nemen, wanneer doelstellingen niet of niet geheel worden gehaald. De subsidieverstrekker (gemeente, gebiedscommissie) heeft de mogelijkheid zelfs na vaststelling van een subsidie alsnog aanvullende stukken op te vragen bij de subsidieontvanger. Als dan blijkt dat niet aan de subsidievoorwaarden en of verplichtingen is voldaan, kan de vaststellingsbeschikking achteraf worden ingetrokken en het bedrag worden teruggevorderd.

De hierboven aangehaalde wijzigingen geven tevens de beoogde verbeteringen in de SVR 2014 ten opzichte van de SVR 2005 aan. Hierdoor is getracht oplossingen voor de knelpunten in het functioneren van de oude SVR in de praktijk te vinden. Als men kijkt naar de verbeterpunten in de SVR 2014, dan zou de conclusie kunnen luiden dat men in die opzet is geslaagd. Een evaluatie van de praktijk van de SVR 2014 na verloop van tijd, kan hierover een beter oordeel geven.

door Juan

(1) Zo is in 2011 vanuit het vrijwilligerswerkveld “Regelgeving Ontwaaiert!, Onderzoek naar regelgeving in het Rotterdamse vrijwilligerswerk, inZ, 2011″, met aanbevelingen over o.m vereenvoudiging van de subsidieregeling, tijdens een conferentie in het stadhuis aan de wethouder aangeboden
(2) SVR 2005; (Artikelgewijze) Toelichting bij de Subsidieverordening 2005;
SVR 2014; (Artikelgewijze) Toelichting Subsidieverordening 2014.

Evenementenvergunning aanvragen

woensdag, 3 december, 2014 om 17:22
Geplaatst door Juan Jonas

Voor het organiseren van een aantal specifieke activiteiten heeft men een vergunning nodig. Dit is de evenementenvergunning. Belangrijk voor openluchtactiviteiten zoals, muziekfestivals en kunstmanifestaties. Voor welke activiteiten is een vergunning vereist? Hoe vraag je een evenementenvergunning aan en aan welke voorwaarden moet je voldoen?
Dit artikel richt zich op vooral kleine lokale vrijwilligersorganisaties en wijkbewoners, die als groep of individueel een evenement willen organiseren.

Evenement
Evenementen zijn er in vele soorten en maten. De gemeente Rotterdam deelt de evenementen in vier categorieën in. Deze worden in de nota in een overzichtstabel weergegeven. Onderstaande tabel is daaruit overgenomen.

Indeling naar categorie evenement.Schermafbeelding 2014-10-30 om 11.17.39 Aan het organiseren van een evenement kunnen risico’s verbonden zijn. De indeling van de evenementen in categorieën hangt samen met het geschatte risicogehalte van de activiteit. Dit is de mate van risico op het gebied van openbare orde en veiligheid, de impact op de stad en eventuele gevolgen voor het verkeer.

Evenementen trekken vaak veel publiek en vereisen speciale maatregelen, zoals het afsluiten van een straat. Daarom vindt de gemeente het belangrijk om vooraf te beoordelen wat er geregeld moet worden om een evenement veilig en goed te laten verlopen. 
Zoals uit de tabel blijkt (zie hierboven) worden evenementen onderscheiden in 0-, A-, B- en C-evenementen. De B- en C-evenementen zijn grootschaliger en hebben een hoger risico-gehalte. Zij worden vaak door professionals georganiseerd. Daar staat meestal een hele organisatie achter.
Het risicoprofiel van 0- en A-evenementen wordt wat lager geschat. Activiteiten die onder deze twee categorieën vallen worden vaker door wijkbewoners of (vrijwilligers)organisaties, ook in de sector kunst en cultuur, georganiseerd. Daarom beperkt dit artikel zich verder tot deze twee categorie evenementen.

0-evenementen
Voor de 0-evenementen, ook wel kennisgevingsevenementen genoemd, is geen vergunning vereist. Dit zijn kleinschalige evenementen, zoals straatfeesten, barbecue in de buitenruimte, Men kan volstaan met een kennisgeving aan de burgemeester, die de toestemming wel of niet verleent. De toestemming wordt feitelijk namens de burgemeester verleend. Tot de (deel)gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart 2014 gebeurde dit door de deelgemeentesecretaris. Sinds de komst van de gebiedscommissie na die verkiezingen wordt de toestemming door de gebiedsdirecteur van het gebied in mandaat verleend.
Voor evenementen die in het centrumgebied en/of in meerdere gebieden plaatsvinden, moet de kennisgeving worden ingediend bij de directie Veilig van de gemeente Rotterdam. Wanneer de organisator van de burgemeester een ontvangstbevestiging heeft ontvangen, is de kennisgeving afgerond en kan men aan de slag.
De organisator kan zijn/haar evenement digitaal aanmelden via Mijn Loket. Beschikt men niet over internet, dan kan men een aanmeldingsformulier bij de gemeente halen. De aanmelding moet uiterlijk 5 dagen voorafgaande aan het evenement bij de gebiedsdirecteur van het gebied waar het evenement plaatsvindt, zijn ingediend. Met deze aanmelding is voldaan aan de kennisgeving die vereist is voor het organiseren van een 0-evenement.

DiGiD en e-Herkenning
Wil je als burger (natuurlijk persoon) een evenement digitaal aanmelden dan moet je beschikken over een DiGiD. Doe je dit als rechtspersoon, zoals een (vrijwilligers)organisatie in stichting- of verenigingsvorm, dan moet je over een e-Herkenning beschikken. DiGiD en e-Herkenning staan voor Digitaal Identiteit. Zij dienen als legitimatiemiddel bij het regelen van zaken met de overheid via internet. Men vindt alle informatie over DiGiD en e-Herkenning, en over de wijze waarop deze als gebruikersnaam en wachtwoord kunnen worden aangevraagd op de webpagina
http://www.rotterdam.nl/product:0 evenement van de gemeente Rotterdam.
Voor het schenken van alcohol moet men een ontheffing van de Drank- en Horecaweg (APV: art. 35) aanvragen. Dat is een onderdeel van de melding via Mijn Loket.

A-evenementen
Voor A-evenementen is wel een vergunning vereist. De vergunning voor een A-evenement wordt bij het gebied of bij de directie Veilig aangevraagd. 
In tegenstelling tot de melding van een 0-evement, zijn er aan de behandeling van een vergunningaanvraag wel kosten verbonden. De gemeente brengt voor de behandeling voor de vergunningaanvraag leges in rekening. Hier kan men naar informeren.

Aanvraagprocedure evenementenvergunning.
Vergunningen voor A-evenementen in een gebied moeten worden aangevraagd bij de het gebied. Voor overige evenementenvergunningen, in meerdere gebieden of in het centrum, kunnen organisatoren terecht bij de directie Veiligheid. Aldus de Nota Evenementenvergunningen.
De aanvraagprocedure bij een vergunning voor een A-evenement begint met het al dan niet digitaal invullen van het aanvraagformulier door de organisator. Belangrijk voor het in behandeling nemen van de aanvraag is dat deze volledig moet zijn. 
De indieningstermijn van een aanvraag voor een A-evenement bij het gebied is vier weken voor aanvang van het evenement. Voor de aanvraag bij de directie Veilig is deze termijn acht tot vier weken vóór het evenement.
De directie Veilig vraagt advies aan betrokken diensten en organisaties over de aanvraag en adviseert de burgemeester over de toekenning van de vergunning. De burgemeester is de instantie die op basis van de Algemeen Plaatselijke verordening (APV) de vergunning verleent of weigert. Voor A-evenementen in een gebied voert het gebied de regie in mandaat uit. Hier geeft de gebiedsdirecteur de vergunning namens de burgemeester af.
De burgemeester kan besluiten tot het verlenen of weigeren van de vergunning. Als de burgemeester de vergunning verleent, ontvangt de aanvrager een vergunning per post en/of per email. Weigert de burgemeester de vergunning te verlenen, dan ontvangt de aanvrager een schriftelijke weigering. Hiertegen kunnen belanghebbenden (niet alleen de aanvrager dus) binnen zes weken na verzending van het besluit, de weigering, een bezwaarschrift bij de burgemeester indienen. Hierna kan men eventueel in beroep.

Tot slot
In dit artikel is geprobeerd op hoofdlijnen evenementen, de evenementenvergunning en de aanvraag(procedure) daarvan uit te leggen. Dit voor zover van belang voor kleine lokale vrijwilligersorganisaties en wijkbewoners. Voor de inhoudelijke informatie is zoveel mogelijk de Nota Evenementenvergunningen gevolgd, waarnaar hier wordt verwezen. 
Oriënteer je op de site over evenementen, www.rotterdan.nl/evenementen, als je van plan bent een evenement te organiseren. Op de site/deze pagina vind je alle praktische informatie over evenementen en het gemeentelijk beleid hierop. Ook hier kun je een vergunning digitaal aanvragen, bezwaar maken of een klacht indienen en kun je zien welke evenementen ondertussen een vergunning hebben.

 

Door Juan,
met dank aan Rolf en Anneke