Opsteker voor Werkgroep Voor Mekaar

dinsdag, 19 januari, 2016 om 15:26
Geplaatst door Rolf

ChequePrins Alexander is een groot gebied. Met bijna 95.000 inwoners vertaalt elk procentje “van het aantal inwoners” zich meteen in bijna 1000 mensen. En ook al is het percentage “ergens van” in ons gebied relatief laag, in Prins Alexander gaat het dan toch elke keer weer om een groot aantal mensen of huishoudens.

Dus, ook al is de armoede in Prins Alexander procentueel gezien niet zo hoog – we zitten in de middenmoot -, het gaat wel om een groot aantal huishoudens en mensen in ons gebied. En dat merken ze duidelijk bij het Armoedeplatform Prins Alexander, waarin naast de beide uitdeelpunten van de voedselbank ook een heleboel andere organisaties zitten die helpen bij het bestrijden van de gevolgen van armoede. Die hebben het allemaal druk zat.

Hoewel wel eens anders wordt gedacht zijn de uitdeelpunten van de voedselbank niet het einde van de ‘armoede-keten’. Er zijn mensen die niet in aanmerking komen voor de voedselbank, maar toch in armoede leven. Voor hen is er dan nog de hulp van de Werkgroep Zonder Naam (Zevenkamp, Ommoord en Nesselande) en de Werkgroep Voor Mekaar (de andere delen van Prins Alexander). Deze organisaties verstrekken noodhulp-pakketten als je nog niet of niet meer bij de voedselbank terecht kunt.

Wat is het dan leuk om te merken dat een prijswinnares van de LeeftSamen posteractie haar prijs doneert aan een armoede-inititaief. Een cheque van €50 van de Winkeliersvereniging Prinsenland werd in haar naam in ontvangst genomen door de arrangeur (links op de foto). De cheque (en natuurlijk het bedrag) zal worden overgedragen aan de Werkgroep Voor Mekaar en ongetwijfeld gebruikt worden om de gevolgen van armoede in Prins Alexander wat te verzachten.

Het ‘Van Kan principe’

dinsdag, 29 december, 2015 om 12:38
Geplaatst door Rolf
Nico van Kan (toen nog werkzaam bij BAVO Europoort in Prins Alexander) heeft me in een grijs verleden eens met één opmerking een belangrijk verschil tussen de systeemwereld van de productie en de wereld van het vrijwilligerswerk uitgelegd. Zijn uitgangspunt was:
Als ik 5 vrijwilligers heb, doe ik 10 huisbezoeken. Heb ik 10 vrijwilligers, dan doe ik er 20. Zo heb ik nooit een gebrek aan vrijwilligers.
Nico snapt waar het om draait: je past je ‘productie’ aan aan je mogelijkheden, niet andersom. Meer vrijwilligers, meer productie. En heb je minder vrijwilligers, dan doe je gewoon minder. Niet volgen van dit principe levert van die gedrochten op waarbij eerst een target wordt gesteld en waar dan achteraf tegen heug en meug vrijwilligers bij gezocht moeten worden. En bij de evaluatie hoor je dan dat de vrijwilligers niet genoeg hebben gedaan..

Handballers zijn de nieuwe voetballers?

maandag, 12 oktober, 2015 om 11:14
Geplaatst door Rolf

Vrijwilligerswerk en informele hulp (en mantelzorg ook trouwens) zijn heel verschillende dingen. Vrijwilligerswerk vindt plaats in organisaties, informele hulp juist niet. Het lijkt er steeds meer op dat dit onderscheid in beleid en in de praktijk onder tafel wordt geveegd: alles wat vrijwillig gebeurt is vrijwilligerswerk. Wel zo makkelijk natuurlijk..

We zeggen van voetballers en handballers toch ook niet dat het balspelers zijn, en dat voetbal en handbal hetzelfde zijn omdat beide door balspelers worden gespeeld? Het zijn twee verschillende takken van sport, ondanks het feit dat beide spelletjes met een bal worden gespeeld.

Definities en begripsafbakening veranderen op zich niets aan de werkelijkheid, maar maken het elkaar begrijpen wel makkelijker. Gebruik ze dan daar ook voor, verdiep je erin en vermijd verwarring door slordig gebruik.

Zelfstandige Gemeente Ommoord?

donderdag, 8 oktober, 2015 om 18:00
Geplaatst door Juan Jonas

Steeds vaker trekt de gemeente Rotterdam zich terug uit de wijken aan de rand van de stad. Ommoord is zo’n wijk langs de Rotte met 25.000 inwoners, waarvan 75% autochtoon en 65% ouder dan zestig jaar. Deze week kwam het bericht dat de Romeynshof, het lokale Ommoordse buurtcentrum in het hart van de wijk, op de nominatie staat om te worden gesloten. Wat blijft er over van Ommoord?

Het overheidsthema is “participatie”, maar de praktijk is dat de overheid zich meer en meer onttrekt aan haar verplichtingen en verantwoordelijkheden. De Rotterdamse wijk Ommoord bestaat dit jaar 50 jaar en is nog steeds een fijne en groene wijk om in te wonen vinden de bewoners. Toch lijkt de bijdrage van de gemeente aan de tijd van opbouw van de wijk abrupt tot stilstand te komen. Het voornemen om het wijkcentrum te sluiten staat niet op zichzelf. Eerder verdwenen er al faciliteiten als activiteitencentra en het politiebureau. De bibliotheek sluit in 2016 haar deuren. Bewoners worden geacht zelf veel meer aan het groen te doen, prullenbakken verdwijnen (te duur om te legen). Kunst in de buitenruimte wordt afgestoten, bewoners doen het nu zelf. Activiteiten van vrijwilligers worden door de gemeente belast met commerciële huurtarieven. Gevolg, activiteiten verplaatsen zich naar buiten de wijk. De gemeente geeft de lege ongebruikte ruimte vervolgens aan de anti-kraak. Wie is daar nu mee gebaat? Hadden de activiteiten dan niet kunnen blijven? De Rotterdamse Coolsingel regeert sinds de opheffing van de Deelgemeenten over de wijk, waarbij het stempel “leefbaar” betekent minder leefbaar, het stempel “sociaal”, asociaal en het stempel “liberaal” wij gunnen u alle vrijheid, maar wel graag zelf doen.

Ondertussen wonen de Ommoorders langs de snelweg A20 en worden ze dagelijks bijgevoerd met een forse portie fijnstof. Het lijkt niet genoeg. Aan de westkant krijgen Ommoorders de verlengde snelweg A16 straks door hun tuin. Geen geld voor een tunnel, dus graag nog een extra portie fijnstof er dagelijks bij slikken. Zo wordt het wonen aan vele kanten minder leuk en de verpaupering ligt op de loer.

Ommoord is een heel specifieke jaren zestig wijk met 25.000 inwoners, 12.500 woningen, veel daarvan zijn appartement-gebouwen. 9.000 auto’s. Samen betalen deze mensen, huizen en auto’s minstens 1 miljard aan gemeentelijke belastingen en bijdragen. Misschien wordt het wel de hoogste tijd om dat ook te verwijderen uit de kas van de gemeente Rotterdam. Een zelfstandige gemeente Ommoord zou een goed idee kunnen zijn. Idyllisch gelegen aan de Rotte, met veel mooie hoog- en laagbouw en een zichtlocatie aan de snelweg. Daarnaast ontvangt de gemeente Rotterdam nog vele gelden uit de verdeling van de Rijksbelastingen, die kunnen dan ook rechtstreeks naar de nieuwe zelfstandige gemeente Ommoord. Ik denk dat de bewoners van Ommoord het allemaal wel zelf kunnen zonder de slangenkuil en vreemde besluitvorming van de Rotterdamse politiek. Een nieuw en duur gemeentehuis hoeven we voor de zelfstandige gemeente Ommoord niet te bouwen, die ruimte is er nu al in leegstaande gebouwen, zoals de Romeynshof, de Molshoop, Het Atelier, De Schutse etc.

Peter Buisman, 30 september 2015.

Informatie via:
Buisman558@gmail.com

Verspil geen vrijwillige energie

vrijdag, 2 oktober, 2015 om 22:19
Geplaatst door Rolf

Als je een betaalde kracht zinloos werk laat doen, verspil je zijn of haar energie. Maar zelfs bij die verspilling levert het de werknemer nog geld op.

Vrijwilligers doen de dingen die ze belangrijk vinden zonder er geld voor te krijgen. Als hun werk niets oplevert, staan ze helemaal met lege handen. Verspil geen vrijwillige energie.

Het gaat niet om gratis..

zondag, 20 september, 2015 om 13:36
Geplaatst door Rolf

Volunteering is not about the importance of doing something for free, it is about the freedom to do something important

Greg Baldwin

Het eerste aspect spreekt de boekhouders natuurlijk aan, maar het tweede is de basis van betrokkenheid bij de publieke zaak.  Het gaat niet om gratis, het gaat om gemeenschapszin.

Op woensdag, 25 september, 2013 verscheen op OnsAlexander een blog onder de titel “Opheffen van een stichting of vereniging”. Op dit blog kwamen er vijf reacties. Een van deze reacties kwam van Evelien van de Kamp. Zij stelde vorig jaar naar aanleiding van het artikel twee vragen, die verband houden met de ontbinding en liquidatie van een stichting, namelijk:

  1. Kan een opheffing van een stichting belemmerd worden door het feit dat er bestuursvacatures zijn (al enkele jaren)?
  2. Kan het zijn dat een vroegere subsidiegever nog aanspraken kan maken op het overgebleven restant? “We krijgen al enkele jaren geen subsidie meer van gemeente of provincie”, zo stelt zij.

Een reactie op deze vragen van Evelien is helaas tot nu toe uitgebleven. Misschien is voor haar deze verlate reactie niet meer actueel. OnsAlexander vindt de vragen, vooral voor kleinere vrijwilligersorganisaties, stichtingen interessant. Zij kunnen in de praktijk met dezelfde vragen te maken krijgen. Dan is het voor hen goed om te weten hoe de zaken aan te pakken.Wij zijn geen deskundigen in deze materie. Onze reactie is dan ook beperkt. Daarom is ons advies: Raadpleeg de notaris voordat je tot het besluit tot ontbinding/opheffen van je stichting overgaat. Hij/zij kan je haarfijn uitleggen hoe in de situatie en omstandigheden van je stichting de ontbinding/opheffing het beste aangepakt kan worden.

 Om met de eerste vraag te beginnen. Deze is niet ditect met ja of nee te beantwoorden. Ze roept namelijk zelf andere vragen op zoals, zijn de bestuursvacatures ontstaan doordat bestuursleden zijn uitgetreden volgens een rooster van uittreden van bestuursleden? En zijn de uitgetreden bestuursleden ook uit het register van de Kamer van Koophandel uitgeschreven? Of zijn de bestuursvcatures ontstaan doordat bestuursleden langere tijd eenvoudig niet meer komen opdagen? Wat zeggen de stichtingsstatuten over het te nemen besluit de stichting te ontbinden/op te heffen?Afhankelijk van de antwoorden op deze vragen, zal de vraag of door het feit dat er bestuursvacatures zijn, de opheffing van de stichting kan worden belemmerd het best worden beantwoord.

Nu over de tweede vraag: Kan het zijn dat een vroegere subsidiegever nog aanspraken kan maken op het overgebleven restant? “We krijgen al enkele jaren geen subsidie meer van gemeente of provincie”, zo stelt zij.
We gaan er van uit dat deze vraag verband houdt met de eerste. Hiervoor moet gekeken worden naar de subsidievoorwaarden van de subsidiënt, gemeente, provincie of een bepaald fonds. (..) “al enkele jaren geen subsidie meer van de gemeente of provincie” zal het crirterium niet zijn. Wel of tot aan de ontbinding van de stichting aan de subsidievoorwaarden is voldaan waardoor er geen recht van de subsidiënt op terugvordering is ontstaan.

Voor wie het leuk vindt om eens in een wetboek te snuffelen, kan voor wat betreft de eerste vraag Boek 2 artikel 19 van het Burgerlijk Wetboek, Rechtspersonenrecht raadplegen.

 

Juan Jonas,
Redactielid

 

 

Gemeenschapsfonds Prins Alexander?

donderdag, 6 augustus, 2015 om 12:01
Geplaatst door Rolf

Euro_banknotesIn een vorige post heb ik een schatting gemaakt van het geefgeld dat jaarlijks door huishoudens in Prins Alexander wordt opgebracht.  Dat is een bedrag van 9 miljoen euro. Elk jaar weer. Dat bedrag gaat naar kerken, naar onderzoek, naar hulp en andere goede doelen via collectes, bedelbrieven, acceptgiro’s, automatische overschrijvingen en meespelen in loterijen.

Uit het onderzoek “Geven in Nederland 2015″ is ook bekend dat alle bedrijven samen in Nederland jaarlijks een bedrag aan giften en sponsoring opbrengen dat ongeveer 70% is van de opbrengsten van alle huishoudens samen. Een schatting voor het bedrag dat door bedrijven in Prins Alexander wordt gegeven is dus 70% van 9 miljoen, een ruime 6 miljoen dus. Nu hebben we veel bedrijven in Prins Alexander, dus zou het zomaar meer kunnen zijn.

Samen brengen huishoudens en bedrijven uit OnsAlexander jaarlijks dus een ruime 15 miljoen euro op voor goede doelen. Voor een deel blijft dat geld in het gebied (zoals via de diaconie van de kerken of sponsoring van vrijwilligersorganisaties als de wijkbus en sportverenigingen), maar een groot deel stroomt het gebied toch uit. Dat geld komt soms ook wel weer terug in het gebied doordat landelijke fondsen hier projecten ondersteunen, maar het nadeel daarbij is dat de beslissing om te steunen niet meer lokaal wordt genomen.

Een mogelijkheid om bewoners en bedrijven in een gebied als Prins Alexander meer bij de lokale vrijwilligersorganisaties te betrekken is het opzetten van een gemeenschapsfonds. Huishoudens en bedrijven kunnen geld storten in zo’n fonds en een onafhankelijk bestuur neemt op grond van lokale kennis besluiten over welke vrijwilligersorganisaties met welk bedrag uit het fonds gesteund worden.

Voor vrijwilligersorganisaties is een gemeenschapsfonds een manier om minder afhankelijk te worden van subsidies van de overheid. Dat is om twee redenen belangrijk. Te grote afhankelijkheid van subsidies bedreigt de financiële duurzaamheid van een vrijwilligersorganisatie. Hoe meer verschillende financieringsbronnen een organisatie kan aanboren hoe beter. Verder stelt de overheid relatief strenge voorwaarden aan subsidiëring. Een gemeenschapsfonds is een private instelling (veelal een stichting) die zelf kan besluiten over de te stellen voorwaarden voor ondersteuning.

Gemeenschapsfondsen schieten inmiddels als paddestoelen de grond uit en Prins Alexander heeft er met ruim 90.000 inwoners een mooie schaal voor: het is een middelgrote stad op zich. Klein genoeg om zicht te kunnen houden op wat er allemaal gebeurd, groot genoeg voor een echt stevig fonds.

Dan dus de hamvraag: wie wil meedenken over de mogelijkheden voor het opzetten van een Gemeenschapsfonds Prins Alexander? Voor een bestuurslid van een (vrijwilligers)organisatie met een brede visie op vrijwilligerswerk zou dit een uitdaging moeten zijn, omdat een gemeenschapsfonds een belangrijk instrument is om het vrijwilligerswerk in een gebied te versterken. Voor een betrokken ondernemer zou meedenken over of deelnemen aan een gemeenschapsfonds een efficiënte manier kunnen zijn om uiting te geven aan MBO-beleid.

Wie biedt?

Geven in OnsAlexander

maandag, 13 juli, 2015 om 14:31
Geplaatst door Rolf

CoverMet al die nadruk op tekorten, bezuinigingen en schulden zouden we bijna vergeten dat Nederland een rijk en vrijgevig land is. Hoe ik dat weet? Omdat er al lang – de eerste onderzoeken gingen over 1995 – goed onderzoek wordt gedaan naar het geefgedrag van Nederland. In “Geven in Nederland 2015″ van Bekkers, Schuyt en Gouwenberg is een schat aan informatie verzameld over giften, nalatenschappen, sponsoring en vrijwilligerswerk in ons land. Hieronder een paar van de belangrijkste resultaten en hun vertaling naar OnsAlexander.

Particulieren, fondsen, bedrijven en kansspelorganisatoren gaven in 2013 (geen schrijffout, het verwerken van de onderzoeksgegevens duurt gewoon 2 jaar) een kleine 4.4 miljard euro aan geld en goederen weg, aan wat zij zelf goede doelen vinden. Buiten al het geld dat via de belastingen wordt ‘ingezameld’ om de publieke zaak te bevorderen, leggen huishoudens, bedrijven en andere private partijen daarmee dus een knappe financiële basis onder veel maatschappelijke activiteiten. Naast geld steken particulieren en bedrijven ook nog de nodige tijd in de maatschappij, via vrijwilligerswerk. Geef-geld en geef-tijd zijn samen te vatten onder de term filantropie: vrijwillige private actie voor publieke doelen.

Voor wat betreft geef-geld ziet het beeld er op hoofdlijnen voor 2013 als volgt uit:

GIN1

Huishoudens (met 45%) en bedrijven (met 31%) leverden in 2013 het overgrote deel van het geef-geld in Nederland. De collectes, de acceptgiro’s en de automatische overboekingen van alle huishoudens samen brachten bijna 2 miljard euro op. Giften en sponsoring van het bedrijfsleven bedroegen bijna 1.4 miljard euro in 2013. Uit nalatenschappen kwam in 2013 minstens 265 miljoen euro bij maatschappelijke doelen terecht; minstens, want lang niet alle nalatenschappen waren bij de onderzoekers bekend. Vermogensfondsen – zoals bijvoorbeeld De Verre Bergen in Rotterdam – brachten samen minstens 184 miljoen op – want ook daar was nog geen zicht op het hele veld. Van geldwervende fondsen – die hun geld bij particulieren ophalen en dan weer doorverdelen – zijn alleen de bijdragen uit eigen vermogen meegeteld: anders zou geld van particulieren dat naar deze fondsen gaat dubbel meetellen. Ook de Nationale Postcode Loterij, de BankGiro Loterij, de Lotto en andere kansspelen leverden ons nog eens bijna een half miljard euro per jaar op. Al met al gaat er dus veel geld om in de filantropie.

Eén getal maakte op mij echt indruk: omdat bekend is hoeveel huishoudens Nederland kende in 2013 kan ook het gemiddelde bedrag per huishouden worden bepaald. Een huishouden gaf in 2013 gemiddeld € 204 aan goede doelen.

Over de resultaten van “Geven in Nederland 2015″ is nog veel meer te vertellen en dat ga ik ook zeker doen. Maar ik ga me in de rest van deze post te buiten aan wat vergezichten. Wat kunnen deze cijfers nu in de praktijk betekenen voor het vrijwilligerswerk in Prins Alexander, voor OnsAlexander?

OnsAlexander telt ongeveer 45.000 huishoudens. Als de getallen van “Geven in Nederland 2015″ een beetje kloppen – en er is geen reden aan te nemen dat dat niet zo is – dan gaat er per jaar dus vanuit OnsAlexander zo’n 9 miljoen euro (45.000 keer € 204) naar goede doelen. Een deel van dat geld komt wel weer terug in OnsAlexander (via kerken en geldwervende fondsen etc.), maar wat zou het toch lekker zijn als we een deel van dat geefgeld rechtstreeks beschikbaar zouden hebben om in te zetten in OnsAlexander.

In het najaar wil ik samen met anderen uit OnsAlexander verkennen wat we zouden kunnen doen om dat lokaal opgebrachte geefgeld ook wat lokaler te besteden. Wat voor manieren kunnen we daarvoor verzinnen? Wie zou erbij betrokken moeten zijn? Hoe krijgen we samenwerking op dat gebied tot stand? Ik hoor graag wie mee wil denken en mee wil bouwen.

Literatuur: Geven in Nederland 2015, Giften, Nalatenschappen, Sponsoring En Vrijwilligerswerk; Bekkers, Schuyt en Kouwenberg (red.); Reed Business, 2015. ISBN 978 90 352 4818 2.

De Subsidieverordening 2014

dinsdag, 10 februari, 2015 om 00:29
Geplaatst door Juan Jonas

Subsidieverordening gemeente Rotterdam
SVR 2014 en SVR 2005 vergeleken.

Sinds januari 2014 geldt een nieuwe gemeentelijke subsidieregeling. Dit is de Subsidieverordening Rotterddam 2014, SVR 2014. De SVR 2014 vervangt de SVR 2005, die tot januari 2014 van kracht was. De praktijk vond de SVR 2005 onnodig ingewikkeld en moeilijk hanteerbaar. Er was een roep uit het werkveld, doorgaans van vrijwilligers(organisaties) om vereenvoudiging van het subsidieregime.
De grote vraag is, of de SVR 2014 de verwachte verbetering, vereenvoudiging van het subsidieregime heeft gebracht?

De Subsidieverordening
De subsidieverordening is het wettelijke kader waarbinnen het verstrekken van financiële middelen door de overheid aan particulieren (zowel rechtspersonen als natuurlijk personen) voor het ontplooien van activiteiten zich afspeelt. Overheid is in dit geval de lokale overheid, de gemeente Rotterdam. De gemeente Rotterdam pleegt haar subsidieverordening om de zoveel tijd aan te passen. Redenen om een verordening aan te passen kunnen zijn: veranderde wetgeving, beleid, bestuurlijke – of maatschappelijke verhoudingen en eisen van de praktijk. Zo is in 2005 de SVR 2005 in de plaats van VAS 2001 gekomen. En sinds januari 2014 is niet langer de SVR 2005, maar de SVR 2014 van kracht. Bij iedere nieuwe  subsidieverordening wordt vooral gestreefd naar vereenvoudiging van de subsidieregeling.
Een vergelijking van de SVR 2005 met haar voorganger kan hier achterwege blijven. Beide regelingen behoren nu immers tot de historie. Het gaat nu om de winst van de SVR 2014 ten opzichte van de SVR 2005.

De SVR2005 was ten opzichte van de VAS 2001 een totaal nieuwe subsidieregeling. Deze subsidieregeling bleek gaandeweg haar bestaan in praktijk niet te voldoen. Vooral subsidieaanvragers vonden haar ingewikkeld te hanteren: onder andere veel papierwerk en zware druk op de verantwoordelijkheid van de subsidieontvanger. Deze zal maar een kleine vrijwilligersorganisatie of een actieve bewoner zijn! De roep om vereenvoudiging vanuit de praktijk werd steeds luider (1). Een reactie van zijde van de gemeente kon niet uitblijven. Beleidsmakers, ambtenaren en de politiek kwamen in beweging. Het resultaat werd de SVR 2014, die de knelpunten van de SVR 2005 in de praktijk moest wegnemen.

Wijzigingen, verbeterpunten
De belangrijkste wijzigingen in de huidige subsidieverordening SVR 2014 ten opzichte van de vorige, de SVR 2005, houden verband met (2):

- De subsidievormen
– De vermindering van de administratieve lastendruk
– De controle

De subsidievormen in de SVR 2005 waren de incidentele -, de structurele -, de exploitatie-, de investerings-, de prestatie- en de budgetsubsidie. Van al deze subsidievormen en begrippen zijn alleen de incidentele – en de structurele subsidie, weliswaar onder een andere naam, namelijk eenmalige subsidie en jaarlijkse subsidie, in de SVR 2014 terug te vinden.

In de SVR 2005 drukte op de subsidieontvanger een zware administratieve lastendruk. Zowel bij de aanvraag van de subsidie als bij de achteraf verantwoording van de ontvangen subsidie had men te kampen met een enorme administratieve rompslomp en bureaucratie. De administratieve lastendruk is voor de subsidieontvanger in de SVR 2014 sterk verminderd. Dit was trouwens een uitgangspunt van deze nieuwe subsidieverordening, naast de leesbaarheid en de uitvoerbaarheid.

Tegenover de vereenvoudiging van de subsidieregels en een versoepeling van het verantwoordingsregime voor kleinere subsidies en de mogelijkheid voor maatwerk staat een stevige controle vooraf. Dit is onder andere te merken aan de uitgebreide weigeringsgronden die de subsidieverstrekker ter beschikking heeft. Daarnaast heeft de subsidieontvanger zelf een eigen verantwoordelijkheid. De subsidieontvanger dient zelf actief met de subsidieverstrekker contact op te nemen, wanneer doelstellingen niet of niet geheel worden gehaald. De subsidieverstrekker (gemeente, gebiedscommissie) heeft de mogelijkheid zelfs na vaststelling van een subsidie alsnog aanvullende stukken op te vragen bij de subsidieontvanger. Als dan blijkt dat niet aan de subsidievoorwaarden en of verplichtingen is voldaan, kan de vaststellingsbeschikking achteraf worden ingetrokken en het bedrag worden teruggevorderd.

De hierboven aangehaalde wijzigingen geven tevens de beoogde verbeteringen in de SVR 2014 ten opzichte van de SVR 2005 aan. Hierdoor is getracht oplossingen voor de knelpunten in het functioneren van de oude SVR in de praktijk te vinden. Als men kijkt naar de verbeterpunten in de SVR 2014, dan zou de conclusie kunnen luiden dat men in die opzet is geslaagd. Een evaluatie van de praktijk van de SVR 2014 na verloop van tijd, kan hierover een beter oordeel geven.

door Juan

(1) Zo is in 2011 vanuit het vrijwilligerswerkveld “Regelgeving Ontwaaiert!, Onderzoek naar regelgeving in het Rotterdamse vrijwilligerswerk, inZ, 2011″, met aanbevelingen over o.m vereenvoudiging van de subsidieregeling, tijdens een conferentie in het stadhuis aan de wethouder aangeboden
(2) SVR 2005; (Artikelgewijze) Toelichting bij de Subsidieverordening 2005;
SVR 2014; (Artikelgewijze) Toelichting Subsidieverordening 2014.